De atleten beginnen op de baan een kant op te lopen. Bij elk fluitsignaal van de trainer draaien de atleten om en lopen ze verder in de andere richting. De atleten lopen in totaal 3 minuten één kant op en 3 minuten de andere kant, maar de tijd die ze steeds een kant op lopen varieert. Het doel voor de atleten is om na 6 minuten zo dicht mogelijk bij de finish te eindigen door op een zo constant mogelijk tempo te lopen.